Home

Thermae Palace in de etalage

30/06/2016 - gemeenteraad

Het stadsbestuur besliste om de deur open te zetten voor de uitverkoop van Thermae Palace en de Koninklijke Gaanderijen aan de privé-sector. Het stadsbestuur schuift de renovatie al jaren op de lange baan, met heel veel verkiezingsbeloftes en nul realisaties. Nu wordt het simpelweg uitbesteed en zijn we ervan af. We verliezen een stuk erfgoed. Bovendien is de ganse constructie op maat geschreven van één privé-groep. Dit soort gemarchandeer is typisch voor Oostende, jammer genoeg.

Stad heeft jarenlang Thermencomplex en gaanderijen verwaarloosd

Eerst deze vraag: hoe is de huidige eigendomsstructuur? In het dossier wordt het erg slordig omschreven dat “de Vlaamse overheid en de stad Oostende samen eigenaar zijn”. Met welke verhouding? En grond + gebouw?

Het Thermae Palace hotel en de Koninklijke Gaanderijen zijn een paradepaardje van de Stad. Ze vertegenwoordigen de grandeur van Oostende en moeten dus met respect worden behandeld. Ze moeten door gelijk welke politieke partij worden gekoesterd. Niet uitverkocht.

En hebben we de Gaanderijen gekoesterd en verzorgd? Neen. We hebben het complex laten verkommeren. Wat zeker is, is dat de Oostendenaar jarenlang met een kluitje in het riet werd gestuurd. Talloze beloftes sinds 2010, en wellicht nog vroeger. Nu wordt het geheel van de hand gedaan. Dit is een makkelijkheidsoplossing. Nochtans is beheer van erfgoed een kerntaak van gelijk welke overheid.

I.p.v. nu eindelijk de renovatie aan te pakken, kiest de Stad voor een uitbesteding

Wat hier voorligt is het lastenboek, nog niet de keuze van nieuwe beheersvorm. De opties die opgesomd worden zijn een erfpacht, recht van opstal, of… een regelrechte verkoop. Zeker is dat de constructie er komt omdat de Stad niet meer zelf wil instaan voor de renovatie. De Vlaamse subsidies voor renovatie worden geraamd op  11,6 miljoen euro (zie nota Inspectie van Financiën), maar men neemt genoegen met een Vlaamse premie van 10 miljoen euro. Die premie gaat naar de nieuwe uitbater of eigenaar.

Te gek voor woorden is overigens dat als men zou opteren voor een erfpacht of een verkoop, de opbrengst daarvan voor geen euro naar de Stad vloeit (hoewel toch ook de Stad eigenaar is) maar wel naar de Vlaamse overheid. We dreigen dus ons patrimonium te verkopen, maar krijgen er geen geld voor. Erger nog, we verliezen de jaarlijkse huurprijs van ongeveer 125.000 euro. De vraag die zich opdringt, is natuurlijk wat de geschatte waarde van het gebouw en de grond is? Bestaat er een raming? De grond alleen al is zeker 50 miljoen euro waard. Als het gebouw Thermae Palace + de Koninklijke Gaanderijen + de parkeergelegenheid meer waard is dan 10 miljoen euro (wat uiteraard het geval is), doet Vlaanderen een heel goede zaak. En Oostende een onbegrijpelijk slechte. 

Wat we wél uitsparen, is die vervelende kost van renovatie. Een renovatie die al jaren geleden aan de Oostendenaar werd beloofd en waar we nu vanaf zijn. De uitverkoop van ons patrimonium gaat gewoon verder. Een verwaarloosd beschermd monument in de etalage zetten is géén erfgoedbeleid.

Concurrentie wordt bij voorbaat geëlimineerd: op maat geschreven voor één partij, nl. Restotel nv (de huidige uitbater)

De bestaande huurovereenkomst loopt tot 2036 (aan ongeveer 125.000 euro huur/jaar, niet-geïndexeerd) en er is geen bepaling voorzien over een vroegtijdige opzegging door de Stad. Daarom werd een aparte overeenkomst opgesteld tussen de Stad en huidige uitbater NV Restotel, die een schadevergoeding bepaalt van 8 miljoen euro t.a.v. Restotel. Hoe komt men tot die 8 miljoen euro? Men neemt het winstcijfer van 2015 en maakt dan een simulatie van de “gederfde” winst tot 2036. Daarbij “vergeet” men dat in 2014 tot -343.369 euro verlies geleden werd en in 2013 -383.000 euro. Het is op zijn minst vreemd te noemen dat één opvallend positief winstjaar als uitgangspunt werd genomen voor de berekening van 8 miljoen euro. 

Hoe dan ook stelt dit een eventuele nieuwe derde betrokkene meteen al voor 8 miljoen euro in het nadeel ten opzichte van de huidige uitbater, die deze schadevergoeding uiteraard niet moet betalen. Dit is oneerlijke concurrentie en verstoort een normale werking van de markt. De overeenkomst werd geschreven op maat van 1 partij.

Het volgende doet dit nog meer vermoeden. Op de website van het bureau BURO II & ARCHI+I – Berteloot  www.b2ai.com staat nu al een uitgewerkt renovatieproject “in opdracht van Restotel NV”. Restotel lijkt nu al vrij zeker van haar stuk om de nieuwe uitbater of eigenaar te worden. Dit doet denken aan eerder gemarchandeerd rond het bouwproject op de site Media Center, toen het nog ging over The White en de maquettes en reclame al gemaakt werd nog voor de bouwvergunning werd goedgekeurd. Of denk aan de procedure voor de bouw van het nieuwe politiekantoor, waar er protest kwam vanuit de Federatie van Algemene Bouwaannemers en de procedure ook moest gewijzigd worden. De Stad heeft een kwalijke gewoonte om onder één hoedje te spelen met geprefereerde bouwpromotoren en vennootschappen. De marktwerking en normale procedures worden daarbij als “hinderlijk” beschouwd. Het getuigt van pretentie en vooringenomenheid. De belastingbetaler moet dit allemaal maar slikken.

Conclusie

De Koninklijke Gaanderijen zijn publiek toegankelijk erfgoed. Dat hoort niet in privé-handen, dit is het patrimonium van Oostende en dat moet zo blijven.

De Stad moet haar handen niet aftrekken van een verwaarloosd monument, maar mee haar verantwoordelijkheid opnemen voor de renovatie ervan. De Inspectie van Financiën raamt de renovatie op 7.303.530,05 euro en raamt een mogelijke subsidie op 5.493.133,30 euro.

 

Share/Save/Bookmark

overzicht rubiek Oostende



Kamerdebat over de weigering van staatssecretaris Theo Franken om een Syrisch gezin een humanitair visum toe te kennen - 09/12/2016

webdesign PixelShape